FAQ's

Wat is het verschil tussen sloopinventaris en een asbestinventaris

In tegenstelling tot de asbestinventaris, die opgemaakt wordt met het oog op de bescherming van de werknemer in het kader van de (federale) welzijnswetgeving, valt de sloopinventaris onder de (gewestelijke) afvalregelgeving. In de praktijk kunnen beide opdrachten gecombineerd worden uitgevoerd, temeer daar asbesttoepassingen bij afbraakwerken vaak de belangrijkste vorm van gevaarlijk afval vormen.

Is de sloopinventaris ook verplicht in Brussel en Wallonië

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Waals Gewest bestaat momenteel nog geen verplichting tot de opmaak van een sloopinventaris. Maar ook hier wordt het selectief slopen aangemoedigd via de afvalwetgeving en door andere beleidsinitiatieven, zoals bijvoorbeeld de publicatie door het Brussels Gewest van een gids voor selectieve sloop.

Verwacht wordt dat de Waalse en Brusselse overheid in de nabije toekomst de sloopinventaris (of een vergelijkbaar instrument) zullen invoeren.

Het Koninklijk Besluit van 16 maart 2006 met betrekking tot de bescherming tegen blootstelling aan asbest maakt deel uit van de federale welzijnswetgeving en is van toepassing in de drie gewesten. De opmaak van een asbestinventaris is bijgevolg ook verplicht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Waals Gewest.

Wat is de rol van de veiligheidscoördinator ?

De veiligheidscoördinator staat in voor de voorafgaande opmaak van het veiligheids- en gezondheidsplan, ook bij afbraakwerken.

Dit plan staat beschreven in de bijlage van het Koninklijk Besluit betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen van 25/01/2001. De bedoeling van een veiligheids- en gezondheidsplan is, op basis van risicoanalyses, preventiemaatregelen vast te stellen voor de voorkoming van de risico's waaraan de werknemers kunnen worden blootgesteld.

De sloopinventaris (en de asbestinventaris) bevatten waardevolle informatie die de veiligheidscoördinator helpt zowel bij de opmaak van het plan als bij de werfopvolging.

Wat is de EURAL-Code ?

Op Europees niveau werd een lijst opgesteld die alle afvalstoffen in alle lidstaten op een eenduidige manier kenmerkt. Het is de bedoeling dat de Europese afvalstoffenlijst of EURAL in de verschillende lidstaten op dezelfde manier wordt toegepast. Dit maakt onderlinge vergelijkingen, afspraken en discussies mogelijk. In Vlaanderen is de EURAL opgenomen in de regelgeving als bijlage 2.1. van het VLAREMA.

De EURAL-lijst brengt de afvalstoffen onder in 20 hoofdstukken genummerd van '01' tot '20'. Elk hoofdstuk wordt verder opgesplitst in meerdere rubrieken, eveneens aangeduid met 2 cijfers. Iedere afvalstof wordt ondergebracht in een rubriek en wordt gekenmerkt door een code van zes cijfers (bijvoorbeeld 17 01 03) die achtereenvolgens het hoofdstuk, de rubriek en de afvalstof zelf aangeeft. De identificatie van elke afvalstof dient dus ook tot op dit niveau te gebeuren.

Op de EURAL komen zowel gevaarlijke als niet-gevaarlijke afvalstoffen naast elkaar voor. De gevaarlijke afvalstoffen worden aangeduid met een sterretje (asterisk). Dit zijn de afvalstoffen waarvan wordt verondersteld dat ze een of meer gevaareigenschappen bezitten.

Afvalstoffen die vrijkomen bij sloop en ontmantelingswerken vallen voornamelijk onder hoofdstuk 17 (bouw- en sloopafval).

Wat verstaat men onder uitsluitend residentiële functie ?

Gebouwen met een uitsluitend residentiële zijn deze die enkel dienen voor bewoning en waar geen beroepsactiviteiten worden uitgeoefend. Rusthuizen, zorginstellingen of scholen vallen bijvoorbeeld niet onder de definitie van ‘residentiële functie', evenmin als gebouwen waarin naast bewoning ook andere (professionele) activiteiten plaatsvinden zoals winkels, werkplaatsen, geneeskundige praktijken. Flatgebouwen, ongeacht de grootte, waar geen andere activiteiten plaatsvinden, vallen strikt genomen wel onder de definitie.

Het onderscheid tussen residentiële en niet-residentiële gebouwen werd gemaakt om eigenaars van privé-woningen te sparen. Men kan evenwel verwachten dat op termijn de sloopinventaris verplicht wordt voor alle (grotere) gebouwen ongeacht hun functie.

Wat is de PAK teertest of PAK spraytest ?

Koolteer is een verzamelnaam voor een reeks giftige polyaromatische koolwaterstoffen (PAK's) die courant voorkomen in sommige oudere asfaltproducten zoals dakdichtingsmaterialen, wegverhardingen of ommantelingen van ondergrondse hoogspanningskabels.

Meestal is het niet mogelijk om teerhoudende producten op het zicht te onderscheiden van niet teerhoudende varianten en is het nodig om de materialen effectief te testen. Een eenvoudig, snel en in de meeste gevallen adequate methode is de PAK spraytest. In deze test wordt een vers staal van het asfaltmateriaal bespoten met een witte spray. Indien het asfaltstaal teer bevat, treedt een min of meer duidelijke gele verkleuring van de spraylaag op. In twijfelgevallen wordt het staal onder een UV-lamp bekeken waarbij teerhoudend materiaal duidelijk blauwgroen oplicht.

Via de PAK spraytest geeft in de meeste gevallen snel duidelijkheid over de eventuele aanwezigheid van teer. Zij wordt algemeen aanvaard als voldoende nauwkeurig om uit te maken of het materiaal al dan niet als teerhoudend moet worden behandeld. Ibeve voert de test standaard uit op verdachte materialen in het kader van sloopinventarissen of op vraag van klanten.