Strengere voorschriften voor verlichting en verluchting op de arbeidsplaats

Nieuw K.B. heeft belangrijke gevolgen

04 07 2016

Het K.B. Arbeidsplaatsen van 10 oktober 2012 paste recent de criteria rond verlichting en verluchting van de werkplek op een aantal punten aan. Deze beperkte wijzigingen hebben toch belangrijke gevolgen. IBEVE geeft u een beknopt overzicht.

Verlichting

Als werkgever bent u nog altijd verplicht om een risicoanalyse te maken. U bekijkt welke verlichting nodig is om arbeidsongevallen door voorwerpen, obstakels en vermoeide ogen te voorkomen. Op basis van die analyse zorgt u voor een adequate verlichting van uw werkposten en arbeidsplaatsen - binnen- en buitenshuis.   

Past u de normen NBN-EN 124 64-1 en NBN EN 124 64-2 toe? Dan bent u wettelijk in orde. Volgt u deze de normen niet? Dan bepaalt het nieuwe K.B. in bijlage 2 een aantal minimumvoorschriften die werkgevers voortaan moeten volgen.

  • Lux-waarden – Minimale lux-waarden variëren voortaan tussen 200 en 1000 lux voor diverse werkposten, taken en sociale voorzieningen. Voor opslagplaatsen, doorgangen, verplaatsingszones, parkings, en dergelijke liggen ze tussen 5 en 100 lux.
  • Werknemers met grotere lichtbehoefte – Bij het bepalen van de verlichtingssterkte houdt u rekening met de lichtbehoefte van uw werknemers (oogafwijkingen, leeftijd, … ).
  • Lichtsterkte, flikkering en kleur
    • Het werkvlak moet gelijkmatig verlicht zijn. Voorkom sterke en snelle overgangen in verlichtingssterkte – ook in de onmiddellijk aangrenzende zone.
    • Vermijd rechtstreekse of onrechtstreekse flikkering en verblinding.
    • Zorg ervoor dat kunstmatige verlichting de kleuren van de veiligheids- en gezondheidssignalering en de pictogrammen niet wijzigen.
    • Verlicht het werkvlak met lampen die een kleurweergave-index van 80 of meer hebben en een kleurtemperatuur die aangepast is aan de taak.
  • Onderhoud en vervanging lampen – Kies de lichtpuntplaats en de lampsoort zo dat u geen  veiligheidsrisico’s creëert bij het onderhoud en de vervanging van de lampen.
  • Noodverlichting. Uw noodverlichting mag voortaan nooit sterker zijn dan 10% van de normaal vereiste lichtsterkte voor de betreffende taak. U installeert ze op risicovolle arbeidsplaatsen zodat werknemers - bij het uitvallen van de kunstverlichting - hun werk op een veilige manier kunnen afsluiten, en de eventuele gevarenzone probleemloos kunnen verlaten.

Verluchting

Als werkgever moet u ervoor zorgen dat uw werknemers over voldoende verse lucht beschikken. Daarbij houdt u rekening met de werkmethoden en de lichamelijke inspanningen in de arbeidsplaatsen. De CO2-concentratie in uw werklokalen moet onder 800 ppm liggen, en mag in geen geval 1200 ppm overschrijden.

De term ‘werklokalen’ dient u in ruime zin te interpreteren. Hij vervangt wat voorheen als ‘besloten ruimte’ werd gedefinieerd.

Luchtverversingsinstallatie en relatieve luchtvochtigheid

Kunt u uw werklokalen niet of te weinig natuurlijk verluchten? Dan moet u een luchtverversingsinstallatie plaatsen (mechanische ventilatie of airconditioning). Dit systeem moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De installatie verdeelt verse lucht gelijkmatig over de werklokalen.
  • Ze veroorzaakt geen hinder voor uw werknemers (tocht, lawaai, trillingen of temperatuurschommelingen).
  • De gemiddelde relatieve vochtigheid over de werkdag ligt tussen 40 en 60% - tenzij technisch onmogelijk. Kunt u aantonen dat dat de lucht geen chemische of biologische agentia bevat die de veiligheid en de gezondheid van de aanwezige personen bedreigen? Dan mag de gemiddelde relatieve vochtigheid tussen 35 en 70% liggen.
  • U zorgt voor voldoende onderhoud en controle (controlesysteem + controle door bevoegd persoon).

Vragen?

Onze experten helpen u graag verder.

Nieuwsoverzicht

Contacteer IBEVE

Interleuvenlaan 58 - 3001 Heverlee

Tel 016/390490 – Fax 016/400562

info@ibeve.be

Ondernemingsnummer: 0436 612 044